Aan het werk

1. De mal heb ik zelf gemaakt. De hoofden, die gemaakt zijn van chamotte boetseerklei, heb ik een neutrale uitstraling gegeven om de aandacht te laten uitgaan naar de sieraden en kappen.  

2. Na het verwijderen van de mal maak ik het hoofd glad met mijn handen en diverse hulpmiddelen.  

 

 

3. Voor het bewerken van het hoofd, zoals de haardracht, gebruik ik stokjes, stempels en boetseergereedschap. 

4. De sieraden, gemaakt uit dezelfde klei, zijn direct op de hoofden bevestigd. Inspiratie daarvoor vond ik op oude foto’s uit Zeeland en in het boek van de Zeeuwse goudsmid P.J. Minderhoud. 

5. Bij het maken van de mutsen gebruik ik verschillende reliëfstoffen en een kantboek waarmee de handelaren vroeger langs de Zeeuwse huizen gingen om de stoffen te verkopen.  

6.  Klaar voor het eerste bakproces. De hoofden worden gebakken in een keramiekoven op 1000 ˚C.

 

7. Na het tweede bakproces op een temperatuur van 1100 ˚C worden glazuur en de kleuren zichtbaar. 

 

8. De aangebrachte luster verandert in 24-karaats goud nadat de hoofden voor de derde keer zijn gebakken op 700 ˚C.